Taalontwikkeling tussen 2 en 3 jaar
Een kind leert meestal natuurlijk en vanzelf praten. Sommige kinderen praten al vroeg, bij andere kinderen kost het wat meer tijd en moeite. Leren praten is net als leren lopen: het ene kind leert het sneller dan het andere en het gaat met vallen en opstaan.
Taal bij kinderen tussen 2 en 3 jaar
Als je kind tussen 2 en 3 jaar is, leert het steeds meer woordjes. Soms zal je kind zich misschien nog uitdrukken in een los woord, maar steeds vaker zal het ook zinnen van 2 woorden gaan gebruiken zoals: 'mama boek', 'papa weg' of 'die ook'. De zinnen van 2 woorden kunnen verschillende dingen betekenen. Met 'mama boek' kan je kind bijvoorbeeld bedoelen: 'mama ik wil een boek', 'mama, kijk een boek' of 'mama heeft een boek'. Je kind zegt niet de hele zin maar alleen de woorden die belangrijk zijn. Kinderen kunnen in deze periode plotseling iets zeggen zonder uitleg of inleiding, en verwachten dan dat de ander dit meteen begrijpt.
Rond de 2e verjaardag mag je van je kind verwachten dat het zich met 2 woorden duidelijk kan maken. Het is niet erg als je kind dan nog letters weglaat of verkeerd uitspreekt.
Rond de 3e verjaardag mag je van je kind verwachten dat het zinnetjes kan maken van 3 tot soms al 5 woorden. Je kind zal soms al moeilijke woorden gaan gebruiken, waarbij het deze woorden nog wel fout kan uitspreken.
Het verschil in de taalontwikkeling tussen kinderen van deze leeftijd kan vrij groot zijn. Waar het ene kind rond de 3e verjaardag net begint met het maken van zinnen met 3 woorden achter elkaar, spreekt de ander soms al in zinnen van 5 woorden. Dit past allebei binnen de normale ontwikkeling.
Tips voor het stimuleren van de taalontwikkeling van 2 tot 3 jaar
Met de volgende tips kun je de taalontwikkeling van je kind stimuleren.
- Spreek rustig en duidelijk. Jij bent het spreekvoorbeeld voor je kind. Het zal je willen imiteren dus als je rustig en duidelijk spreekt zal je kind je makkelijk nadoen.
- Gebruik geen kindertaal. Door zelf correcte zinnen te gebruiken, leert je kind de juiste zinsbouw.
- Verbeter niet te opvallend. Teveel corrigeren geeft geen fijn gevoel. Je kunt beter in je antwoord de zin op de juiste manier herhalen. Bijvoorbeeld: 'Auto is ook lampjes' kun je beantwoorden met 'Ja, de auto heeft ook lampjes'.
- Neem de tijd om naar je kind te luisteren. Toon interesse door het aan te kijken en zo nu en dan een vraag te stellen.
- Dwing je kind niet tot praten als het niet wil. Je kind kan dan dichtklappen en dat gaat ten koste van het oefenen met taal.
- Lees boekjes voor op een interactieve manier, dus praat samen over het verhaal. Kies boeken met veel plaatjes zodat er veel is om over te praten. Het is niet erg om vaker achter elkaar hetzelfde boekje te kiezen. De herhaling maakt dat je kind de woorden en zinnen gaat onthouden en gebruiken.
- Zingen en rijmen helpt je kind om de taal beter te onthouden. De melodie of het ritme maakt dat de taal makkelijker blijft hangen.
- Praat met je kind over de dingen die je samen doet. Je bent het spreekvoorbeeld van je kind: als jij veel praat, wordt de woordenschat en zinsopbouw van je kind uitgebreider.
- Als je kind iets duidelijk wil maken, luister dan goed. Help je kind door het goede voorbeeld te geven als de taal niet juist gebruikt wordt. Als je kind zegt; 'pop weg', vul de zin dan aan met 'pop is weg'. Vraag ook verder, bijvoorbeeld 'Waar is de pop?'
Wil je advies?
Denk je dat je kind nog niet spreekt op het niveau dat bij de leeftijd hoort? Neem dan contact op met de logopedist van Hecht GGD Hollands Midden. Deze kan je advies geven.